Zo werkt het kinderbrein

2020

Als een baby wordt geboren zijn de hersenen nog niet volledig ontwikkeld. Onder meer het genenpakket dat de baby heeft meegekregen, de interactie tussen het kind en zijn omgeving, ervaringen die de baby opdoet en voeding hebben invloed op de hersenontwikkeling. Als pm’er heb jij een belangrijke rol bij het stimuleren van de ontwikkeling van het kinderbrein. Psycholoog Jan van der Zwan legt uit waarom en hoe je dat doet.

Om te begrijpen hoe je de ontwikkeling van een kind kunt stimuleren, moet je eerst meer weten over de groei van het kinderbrein. Die begint al vlak na de conceptie. Ieder plekje in het brein heeft zijn eigen taak. Zo krijg je een seintje van de hypothalamus als je honger of slaap hebt. De prefrontale cortex zorgt ervoor dat je eerst denkt voordat je doet. En de hersenstam regelt je hartslag, ademhaling en spijsvertering. Al die verschillende hersengebieden moeten met elkaar samenwerken en functies combineren om iets voor elkaar te krijgen. Dat noem je het hersennetwerk. Als een baby wordt geboren zijn alle zenuwcellen binnen dit netwerk klaar om geactiveerd te worden. Of dit gebeurt, hangt voor een groot deel af van de omgeving waar het kind zich in bevindt. Als je als pm’er dus voor een speelleerrijke omgeving zorgt, bouw je direct mee aan het kinderbrein. De verbindingen worden op die manier steeds sterker. Die hersenverbindingen zijn belangrijk om te kunnen voelen, bewegen, denken, leren en bestaan.

Veilig voelen

Een van de voorwaarden voor kinderen om zich goed te kunnen ontplooien is zich veilig voelen, aldus psycholoog Jan van der Zwan. ‘Als pedagogisch medewerker zal je daarom beschikbaar en voorspelbaar moeten zijn voor kinderen. En dat is soms best pittig, omdat jonge kinderen heel primair reageren. Kinderen zijn nog niet goed in staat om hun emoties te reguleren en hun impulsen te controleren. Als pm’er is het jouw taak om kinderen daarbij te helpen en dus je kalmte – hoe lastig dat soms ook is – te bewaren. Een kind is er niet mee geholpen als zijn huilbui of woedeaanval wordt genegeerd of als zijn emoties worden gebagatelliseerd. Probeer je op zo’n moment te verplaatsen in een kind: het is heel logisch dat een kind verdrietig is en huilt na het afscheid nemen van zijn moeder. Maar ook dat het boos wordt als een ander met zijn favoriete speelgoed speelt. Het gedrag wordt aangestuurd door de prefrontale cortex en deze is bij jonge kinderen nog niet goed ontwikkeld. Als een kind overspoeld wordt door emoties, dan weet hij zich daar geen raad mee. Op zo’n moment is het belangrijk dat jij die emoties van een kind verwoordt. Je zult zien dat door het erkennen en benoemen, negatieve emoties afvlakken en een kind sneller rustig wordt. Wuif een emotie in ieder geval nooit weg. Zeg dus niet: daar hoef je toch niet om te huilen? Want daarmee keur je eigenlijk de emotie af. En zorg er vooral voor dat je niet uitvalt tegen een kind. Dat lijkt effectief – want het is meteen stil – maar een kind wordt er juist angstig door en dat komt zijn ontwikkeling niet ten goede. Natuurlijk begrijp ik ook dat je als pm’er wel eens minder lekker in je vel kunt zitten, maar probeer dat toch zo weinig mogelijk te laten merken op de werkvloer.’

Observeren

De ontwikkeling van een kind is altijd in beweging; de lichamelijke, geestelijke en emotionele ontwikkeling van een kind gaat in geleidelijke stapjes. ‘Vergelijk het brein met een raam. In de gevoelige periode staat het raam wagenwijd open voor de prikkels die het vanuit de buitenwereld krijgt aangeboden. In dat stadium worden verbindingen tussen de hersencellen het gemakkelijkst aangelegd. Eerder of later dan deze periode kan het kind ook wel vaardigheden aanleren, maar dan kost het veel meer tijd.’ Volgens Van der Zwan is het dus belangrijk dat je als pm’er de ontwikkeling van een kind goed inschat en het op het juiste moment de juiste ervaringen aanbiedt. ‘Dit lukt het beste als je een kind goed observeert en inspeelt op zijn of haar interesses. Dat zorgt voor een vergrote motivatie om te leren. Let op hoe een baby’tje reageert op een aangeboden speelgoedje. Grijpt hij ernaar of kijkt hij weg? Volg zijn blik: waar kijkt een kind naar, welke kleuren of vormen trekken hem aan? Uit dit soort kleine dingetjes kun je al veel informatie halen. De ontwikkeling van een kind is dus vooral een kwestie van rijping van de hersenen, gevoed door ervaring. Dat kost dus oefening en tijd. Hoe meer herhaling, hoe steviger de hersenverbinding en hoe sterker het brein.’

Hersenfeitjes

  • Kinderen worden geboren met slechts 30% van hun uiteindelijke hersencapaciteit. De resterende 70% wordt in de eerste drie levensjaren aangelegd, waarna de verdere hersenontwikkeling nog doorloopt tot je 25ste

  • In de eerste drie jaar maken kinderhersenen 700 nieuwe verbindingen aan per seconde.

  • Kinderen leren in hun slaap: 24/7 zijn de hersenen van kinderen aan het werk. Met verbindingen leggen, groeien en ontwikkelen. Daarom is een middagdutje zo goed voor het jonge kinderbrein. Ook water, zuurstof, gezond eten en beweging zijn goed voor het brein.

Psycholoog Jan van der Zwan van Het Breinbureau verzorgt trainingen, workshops en lezingen voor pedagogisch medewerkers en ouderavonden voor kinderdagopvangverblijven over o.a. breinkennis (zie ook: www.hetbreinbureau.nl). Hij is een van de sprekers op het Openingsevent Week van het Jonge Kind op 8 april 2020 >>

0629 574899

Karin Bakermans

Volkelseweg 16
5405 NA Uden

©2019 door Mans. Met trots gemaakt met Wix.com